Mijn Opa En Oma
Mijn opa van mijn moeders kant was een zeer markante man die zich de kaas niet van het brood liet eten, want hij kwam voor zijn mening uit, hij liet weten waar het in het leven volgens hem om ging, én hij durfde zijn nek voor anderen uit te steken, dat bleek vooral wel tijdens de Tweede Wereldoorlog toen ons land door de Duitsers werd bezet.
Voordat de Duitsers ons land binnen vielen was mijn opa een man die toen als zovele mannen onder de wapenen werden geroepen, omdat er toen in ons land een mobilisatie van kracht was. Hij had toen écht het idee dat de Duitse dreigementen niet zo serieus genomen moesten worden, waardoor hij tamelijk luchtig over de Duitse dreigementen dacht, en dat veranderde niet toen de Duitsers ons land binnen vielen, daar hij van mening was dat het toenmalige Nederlandse leger het Duitse leger wel aan kon. Zijn teleurstelling was dan ook groot toen het Nederlandse leger een paar dagen later voor de Duitsers capituleerde.
Dat hield in dat hij dus gedwongen weer naar huis toe moest gaan terwijl hij ons land juist tegen de Duitsers wilde verdedigen. Hierdoor melde hij zich dus weer bij zijn werkgever waardoor er in ieder geval brood op de plank kwam te liggen. Maar het zat hem niet lekker dat het Nederlandse leger voor de Duitsers was gecapituleerd waardoor hij met een zekere tegenzin weer naar zijn werk ging.
Op een dag fietste hij naar zijn werk toen hij er ooggetuige van werd dat een man door Duitse soldaten van de fiets werd getrokken en gearresteerd werd, waarna de man letterlijk in een Duitse legertruck werd gesmeten, en dát was voor hem de druppel die de emmer deed overlopen, want hij voelde dat er toen écht iets moest gebeuren om het Duitse leger voorgoed ons land uit te krijgen. Daarom besloot hij na met mijn oma, een vrouw die niet bepaald bang uit was gevallen, overleg te hebben gepleegd, dat hij zou proberen om lid te worden van de verzetsgroep uit Haaksbergen, wat na een tijdje ook lukte.
Vlak nadat hij lid van de verzetsgroep uit Haaksbergen was geworden gaven mijn opa en oma, met gevaar voor eigen leven, aan twee joodse gezinnen een bij hen thuis een onderduikadres die min of meer "veilig" was, en dat bracht voor hen uiteraard grote zorgen met zich mee daar de Duitsers er niet bepaald moeilijk over deden om de mensen die aan joodse mensen en onderduikadres verschaften standrechtelijk te executeren.
Het eerste gezin dat van mijn opa en oma een "veilig" onderkomen kreeg was het gezin van Samuel Rosenbaum. Het gezin kwam uit Amsterdam waar het Duitse leger bezig was met de meest weerzinwekkende vorm van razzia's die men zich maar kan bedenken. Denk daarbij aan het vernederen, het persoonlijk beledigen en het extreem hardhandig aanpakken en slaan van mensen die totaal onschuldig zijn aan het feit dat ze toevallig het joodse geloof aanhingen. Samuel Rosenbaum woonde met zijn gezin in Amsterdam aan de Jodenbreestraat waar hij een kleine kunstgalerie had. Hij en zijn gezin waren bepaald niet rijk, maar ze waren tevreden met dat wat ze hadden waardoor ze onder de Amsterdamse joodse gemeenschap zeer geliefd waren, en dat zorgde er voor dat ze veel kennissen en een handvol vrienden hadden. Dat weerhield Samuel en zijn gezin er van om Amsterdam te verlaten toen ze dat eigenlijk hadden moeten doen, maar op een kwade dag moesten ze wel waardoor ze met de hulp van hun vrienden aan de weerzinwekkende klauwen van de Duitsers wisten te ontkomen.
Het tweede gezin dat van mijn opa en oma een "veilig" onderkomen kreeg was het gezin van Juda Muller dat uit de buurt van Amersfoort afkomstig was. Ook het gezin van Juda was niet bepaald rijk, maar zij waren juist niet tevreden met wat ze hadden daar zij juist het onderste en meer uit de kan wilden halen, waardoor zij dus zonder hulp uit de klauwen van de Duitsers moesten zien te ontkomen en daarom mochten juist zij dus van geluk spreken dat ze in de handen van de verzetsgroep uit Haaksbergen vielen.
Het gezin van Samuel Rosenbaum hielp mijn oma waar ze maar konden met het huishouden, én ze gaven mijn moeder en haar zusters en broers een goed inzicht in het leven dat ze in Amsterdam aan de Jodenbreestraat hadden gehad. Dat had tot resultaat dat vooral mijn moeder erg veel respect voor Samuel Rosenbaum en zijn gezin kreeg, waardoor ze veel van ze ging houden daar ze warm en vooral liefdevol naar iedereen toe waren. Voor Juda Muller en zijn gezin had ze veel minder respect want Juda en zijn gezin deden niets om mijn oma te helpen, en ze vertelden ook maar weinig over het leven dat ze in de buurt van Amersfoort hadden gehad. Wat mijn moeder nog het meest aan hen stoorde was het feit dat ze het onderste en meer uit de kan probeerden te halen, terwijl ze blij moesten zijn met het feit dat er een paar mensen waren die zich met gevaar voor eigen leven om hen bekommerden, maar dat hield ze voor zichzelf daar ze niet wilde dat Juda en zijn gezin aan haar zouden merken dat ze hen niet bepaald mocht.
Mijn opa heeft met de verzetsgroep uit Haaksbergen geprobeerd om de Duitsers én de in Haaksbergen wonende NSB'ers het leven zo zuur mogelijk te maken, door onder meer kleinschalige aanslagen te plegen wat uiteraard tot resultaat had dat de Duitsers steeds scherper gingen reageren op alles wat ook maar op een aanslag (hoe klein die ook was) leek.
Daarnaast bleek ook dat er een verrader in de verzetsgroep uit Haaksbergen zat, waardoor iedereen die ook maar iets met de verzetsgroep uit Haaksbergen te maken had door de Duisters werd opgepakt en gemarteld, vaak tot de dood er op volgde.
Samuel Rosenbaum en zijn gezin werden net als Juda Muller en zijn gezin alsnog door het Duitse leger opgepakt en naar verschillende concentratiekampen gedeporteerd. Een deel van het gezin van Samuel Rosenbaum werd naar Auschwitz gedeporteerd, terwijl hij zelf en zijn oudste zoon naar het concentratiekamp Sobibor werden gedeporteerd waarin hij in het jaar 1944 aan de gevolgen van de zware ontberingen overleed. Alleen zijn oudste zoon heeft zijn gevangenschap overleefd en is later naar Israël geëmigreerd waar hij in het jaar 1999 overleed. Juda Muller en zijn gezin hebben hun gevangenschap in de concentratiekampen allemaal ter nauwer nood overleefd, maar ik weet niet hoe het na de Tweede Wereldoorlog met ze is gegaan.
Het leven van mijn opa en oma is na de Tweede Wereldoorlog nooit meer het zelfde als ervoor geweest, maar dat heeft hen juist gesterkt in het feit dat je soms alles moet geven om een ander te kunnen helpen, en dát is dé reden waarom ik altijd zeer veel respect voor hen heb gehad, want zij waagden hun leven voor dat van anderen zoals er nu ook mensen zijn die dat nu ook voor anderen doen.
Reacties
Een reactie posten