De Komst Van Een Randdebiel
Ik kan mij de komst van Jeffrey nog heel goed herinneren, niet omdat hij zo aardig was, en ook niet omdat hij aangekondigd naar mij toe kwam, maar juist omdat hij tijdens een lezing met zijn gladde kop en zijn op maat gemaakte pak heel stil naar mij toe sloop(spreekwoordelijk gezien). Tijdens de lezing waar ik het nu over heb sprak hij de genodigden toe over het nut van het bestaan van de grote filosofen, en ik moet er heel eerlijk in zijn dat ik in eerste instantie wel onder de indruk van deze gladjakker was, en ik had mij daarom dan ook voorgenomen dat ik na de lezing een gesprek met hem aan wilde gaan.
Nadat Jeffrey zijn lezing had beëindigd nam hij met een glunderend gezicht het applaus dat hij kreeg met een meer dan grote gretigheid in ontvangst, waarna hij met een brede lach op zijn gezicht het kleine podium waarop hij stond afliep om zich onder de bezoekers van de lezing te begeven. Even later liep hij naar een kleine bar om daar een drankje op te halen en ik zag hierdoor mijn kans schoon om een gesprek met hem aan te gaan.
"Dat was nou wat ik noem een goede en vooral duidelijke lezing" opperde ik in mijn euforie, terwijl ik hem een hand toestak. "Och, het stelde niet zoveel voor hoor" opperde Jeffrey die zich als Jeffrey van Daelen aan mij voorstelde. "Mag ik aan u vragen welke filosoof u als, laten we maar zeggen, voorbeeld heeft" vroeg hij aan mij terwijl ik een slokje van de door mij aan de bar bestelde cafeïne vrije cola probeerde te nemen. "De filosofie van Schoppenauer spreekt mij wel aan, hoewel ik ook wel weet dat hij behoorlijk streng in zijn manier van filosoferen was" zei ik zo opgetogen mogelijk, waarna Jeffrey mij met een iet wat vreemde blik aankeek. "Dat wat u zonet aan mij hebt verteld is naar mijn mening een zeer sterk understatement, want hij was volgens mij zeer radicaal in zijn filosofische opvattingen. Hebt u wel eens van Rudolf Steiner gehoord?" Ik moest toen wel toegeven dat ik wel eens van Rudolf Steiner had gehoord.
"Maar Rudolf Steiner was toch een antroposoof en geen filosoof?" vroeg ik al proberende mijn schijnbare kennis over Rudolf Steiner te verbergen. "Laat mij degene zijn die u uit de droom helpt. Rudolf Steiner was een esotericus, architect en een filosoof die een eigen zienswijze op de pedagogie had. Daarnaast was hij ook de grondlegger van de antroposofie en haar praktische toepassingen, zoals het vrijeschoolonderwijs en de antroposofische geneeskunst" stelde Jeffrey die daarbij een zeer zelfverzekerde uitdrukking op zijn gezicht legde. "Ik moet heel eerlijk tegen u zijn. Ik heb vier jaar als conciërge op een vrije school in Enschede gewerkt waardoor ik de kans heb gekregen om mij in het werk van Rudolf Steiner te verdiepen. Hierdoor heb ik verschillende boeken die hij geschreven heeft gelezen, en de inhoud van die boeken vertellen mij duidelijk dat Rudolf Steiner een antroposoof was en geen filosoof." Jeffrey kon na dit betoog die ik vol trots spreekwoordelijk aan zijn voeten legde een kleine lach niet verhullen, waarmee hij aan mij duidelijk maakte dat ik de boeken van Rudolf Steiner toch maar eens een keer moest gaan herlezen. Dat was ik ook van plan om te gaan doen, want ik wilde hoe dan ook mijn gelijk halen terwijl ik toch wel een beetje aan mijn gelijk begon te twijfelen.
Het gesprek dat Jeffrey en ik voerden ging voort, en het thema bleef de filosofie van Rudolf Steiner. Ik bleef ondanks mijn lichtelijk toegenomen twijfel vasthouden aan de gedachte dat Rudolf Steiner een antroposoof was en geen filosoof. Ik kon aan de toon die Jeffrey in zijn stem legde horen dat hij zich een beetje aan mij en mijn stelligheid begon te ergeren, waardoor zijn reacties op mijn denkwijze steeds feller werden, en dat deed mij op een zelfs voor mij wat vreemde manier veel genoegen, want ik begon Jeffrey steeds meer als een randdebiel te zien die toevallig een lezing over het nut van het bestaan van de grote filosofen had gehouden. Hierdoor zag ik de komst van Jeffrey dan ook als de komst van een randdebiel.
Toen ik een paar uur na de in mijn ogen totaal misplaatste lezing van Jeffrey weer heerlijk in mijn luie stoel zat/lag legde ik mijn laptop op mijn schoot, want ik wilde het weten, ik wilde weten of Jeffrey of ik degene was die gelijk had in de vraag of Rudolf Steiner nou wel of geen filosoof was, en daarom leek het mij dan ook een goed idee om de site van Wikipedia maar eens een keer te raadplegen, en toen ik eenmaal op de site van Wikipedia was beland werd mij al snel duidelijk dat Jeffrey toch wel gelijk had. "Shit, hij had dus toch gelijk" mompelde ik lichtelijk verbaasd. Het was voor mij dus wel even slikken, want ik voelde mij afgetroefd door een man met een gladde kop die de hersens die in zijn gladde kop zaten ook nog eens goed gebruikte, en dat was voor mij toen toch wel een pil die een beetje bitter smaakte, maar het was niet anders, en daarom legde ik mij er met een meer dan frisse tegenzin er bij neer.
Het gesprek dat Jeffrey en ik voerden ging voort, en het thema bleef de filosofie van Rudolf Steiner. Ik bleef ondanks mijn lichtelijk toegenomen twijfel vasthouden aan de gedachte dat Rudolf Steiner een antroposoof was en geen filosoof. Ik kon aan de toon die Jeffrey in zijn stem legde horen dat hij zich een beetje aan mij en mijn stelligheid begon te ergeren, waardoor zijn reacties op mijn denkwijze steeds feller werden, en dat deed mij op een zelfs voor mij wat vreemde manier veel genoegen, want ik begon Jeffrey steeds meer als een randdebiel te zien die toevallig een lezing over het nut van het bestaan van de grote filosofen had gehouden. Hierdoor zag ik de komst van Jeffrey dan ook als de komst van een randdebiel.
Toen ik een paar uur na de in mijn ogen totaal misplaatste lezing van Jeffrey weer heerlijk in mijn luie stoel zat/lag legde ik mijn laptop op mijn schoot, want ik wilde het weten, ik wilde weten of Jeffrey of ik degene was die gelijk had in de vraag of Rudolf Steiner nou wel of geen filosoof was, en daarom leek het mij dan ook een goed idee om de site van Wikipedia maar eens een keer te raadplegen, en toen ik eenmaal op de site van Wikipedia was beland werd mij al snel duidelijk dat Jeffrey toch wel gelijk had. "Shit, hij had dus toch gelijk" mompelde ik lichtelijk verbaasd. Het was voor mij dus wel even slikken, want ik voelde mij afgetroefd door een man met een gladde kop die de hersens die in zijn gladde kop zaten ook nog eens goed gebruikte, en dat was voor mij toen toch wel een pil die een beetje bitter smaakte, maar het was niet anders, en daarom legde ik mij er met een meer dan frisse tegenzin er bij neer.
Reacties
Een reactie posten