De Man Met Het Verkreukelde Gezicht

In het jaar 1985 ben ik in aanraking met de klassieke muziek gekomen waardoor ik aan een ontdekkingsreis begon die ook nu, anno 2015, nog steeds niet is beëindigd. Ik heb in de jaren die tussen het jaar 1985 en het nu in liggen heel wat klassieke concerten en uitvoeringen van opera's en oratoria bezocht, maar vooral het eerste klassieke concert is mij tot op de dag van vandaag bijgebleven omdat het aan de ene kant wel grappig was, en aan de andere kant ook een complete marteling voor mijn trommelvliezen en mijn zenuwen was.

Ik herinner mij nog goed dat ik op de dag van de uitvoering erg opgewonden en ook wel een beetje nerveus was, want ik ging als doodgewone Twentse jongen, die nog maar nauwelijks besefte dat Wolfgang Amadeus Mozart een zeer bekende componist en geen Paus was, naar een klassiek concert waarin een aantal van de musicologische werken van ene Alfred Schnitke ten gehore zouden worden gebracht, uiteraard toen nog niet wetende dat de muziek van Alfred Schnitke van mij nu niet meer in de categorie muziek mag worden geplaatst.

Ik had via de radiozender die toen nog Hilversum 4, en niet zoals tegenwoordig NPO 4, werd genoemd al een flink aantal klassieke composities beluisterd waardoor ik, onwetend en totaal onervaren als ik toen was, dacht dat ik er helemaal klaar voor was om mijn oren maar eens flink te verwennen met de zoetgevooisde klanken van een concertpiano die tijdens het klassieke concert, naar later zou blijken, als martelwerktuig zou worden gebruikt. In mijn gedachten zag ik mijzelf al staan tussen de veel te zwaar opgemaakte dames, en de iet wat snobistisch ogende heren die naar mijn idee allemaal dachten dat de klassieke muziek alleen voor de elite en niet voor de mensen als u en ik bestemd was, en daarom alleen al nam ik mij voor dat ik ook maar zo'n houding aan moest nemen.

Ik had voor het klassieke concert niet de kleding gekocht die echt bij zo'n concert paste want ik had mij in al mijn onwetendheid voorgenomen dat ik gestoken in mijn dagelijkse kloffie naar dat concert zou gaan, en dat is iets waarvan ik tot op de dag van vandaag geen spijt heb want toen ik bij de Twentse Schouwburg aankwam zag ik tot mijn grote opluchting dat bijna iedereen in zijn of haar dagelijkse kloffie gestoken was, waardoor ik mij tóch een beetje meer op mijn gemak begon te voelen. Daarnaast bleek ook dat de veel te zwaar opgemaakte dames en de iet wat snobistisch ogende heren ook in geen velden of wegen te bekennen waren, want iedereen was gekomen zoals ie was, waardoor ik dacht dat het allemaal wel goed zou komen, en tóch voelde ik mij niet helemaal op mijn plaats want ik had het idee dat iedereen behalve ik écht verstand van klassieke muziek had, waardoor ik mij tóch een beetje een buitenbeentje voelde.

De concertzaal van de Twentse Schouwburg had een rustieke uitstraling want de warm-roodkleurige kleur van de stoelen en de al even warm-roodkleurige kleur van het doek die als een meer dan statig symbool voor het podium hing, gaven mij een warm gevoel waardoor ik steeds meer in de stemming kwam. Dat zorgde er voor dat ik voor heel even mijn ogen sloot om de rustieke uitstraling volledig in mij op te kunnen nemen. Het enige wat mij toen nog een beetje stoorde was het min of meer fluisterende geluid van de mensen die op dat moment nog een gesprek met elkaar voerden, maar dat verstomde toen het doek werd opgehaald, waardoor het podium dat opeens veel te groot leek, voor ons opdoemde.

Op dat podium stond een naargeestig zwarte en zeer glanzende concertpiano die op dat immens grote podium wel heel erg klein leek opgesteld, en dat alleen al zorgde er voor dat ik mij toch wel wat gedeprimeerd begon te voelen, en dat gevoel werd alleen maar versterkt toen de concertpianist ten tonele verscheen. Hij liep met een statige tred het podium op waarna hij zich onder een luid applaus even naar ons toekeerde waardoor wij allemaal konden zien dat hij naar het leek alleen maar over een zeer ernstige gelaatsuitdrukking kon beschikken. Daarnaast stonden zijn halflange spierwitte haren alle kanten(behalve de goede)op waardoor hij wat zijn haardracht betrof verdacht veel op Albert Einstein leek, en dat zorgde er voor dat mijn gedeprimeerde gevoel steeds ernstiger vormen aan begon te nemen. Daarnaast was zijn gelaat dusdanig diep gegroefd dat ik de goede man in mijn gedachten de man met het verkreukelde gezicht begon te noemen.

Hij maakte een diepe buiging naar ons toe waardoor wij duidelijk konden zien dat er op de plek waar normaal gesproken de kruin gevonden kan worden een grote kale plek zichtbaar werd, en daardoor kreeg ik de bijna beledigende gedachte dat op die kale plek een grote helikopter met het grootste gemak van de wereld kon landen. 

De goede man ging nadat hij het applaus voor het op het podium lopen en het naar ons buigen in ontvangst had genomen op een bankje dat voor de concertpiano opgesteld stond zitten, waarna hij een paar seconden zijn ogen sloot. Hij hief zijn beide handen tot op schouderhoogte op, om zijn handen even later met kracht en met een bijna zichtbaar sadistisch genoegen op de toetsen van de concertpiano te doen belanden, waarna er een geluid door de concertzaal galmde die zó ongelofelijk vals klonk dat ik er letterlijk van schrok. Bij iedere in mijn ogen valse toon die hij produceerde kreeg ik steeds meer het verlangen om zo snel als ik kon als een bezetene naar de dichtstbijzijnde nooduitgang te rennen, want mijn trommelvliezen werden gemarteld door een concertpianist die daar naar het leek het grootste genoegen in had want van enige vorm van melodie en ritme was totaal geen sprake waardoor zelfs het geluid van een op hol geslagen drilboor bij mij nog als een geluid uit de hemel overkwam.

Tijdens de pure musicologische marteling keek ik om mij heen om te constateren dat de andere concertbezoekers met een in mijn ogen veel te grote belangstelling naar de compleet op hol geslagen kakofonie luisterden, waardoor ik het idee kreeg dat ze allemaal knettergek waren geworden en dat ik de enige was die op dat moment zijn verstand nog een beetje bij elkaar had, en dat was voor mij het teken dat de muziek(?)van Alfred Schnitke, die in mijn ogen duidelijk geen muziek maar de puurste vorm van marteling was, niet in mijn straatje paste, waardoor ik bij het einde van de marteling dan ook verontwaardigd en verwonderd voor mij uitkeek toen ik moest constateren dat de beul die voor een concertpianist door moest gaan zowaar nog een luid applaus kreeg, en dat sterkte mij in het idee dat iedereen behalve ik, op de betreffende avond knettergek geworden was.

Toen ik anderhalf uur later weer in mijn eigen vertrouwde woonkamer in mijn eigen vertrouwde appartement zat, kreeg ik sterk het verlangen om een diepgaand gesprek met mijn psychologe aan te gaan, maar dat verlangen werd als snel om zeep geholpen toen de eerste tonen van de Requiem van Wolfgang Amadeus Mozart in mijn oren klonken, want Wolfgang Amadeus Mozart componeerde in zijn veel te korte leven ten miste échte klassieke muziek waardoor ik in ieder geval nog een prettige afsluiting van een niet prettige avond beleefde.  





Reacties

Populaire posts