Zomaar een man
Het is nu een paar jaren geleden dat ik hem op een warme nazomermiddag alleen op een bankje in een park in Enschede zag zitten. Hij leek volledig in zijn eigen diepe gedachten weggezonken te zijn, waardoor het leek of hij zich volledig in zijn eigen ondoorgrondelijke belevingswereld bevond, maar dat bleek later een complete illusie te zijn, want het zou blijken dat hij een persoon was die geheel op zijn eigen manier volledig bij de pinken was.
Zijn gezicht was door de jaren sterk verouderd geraakt, waardoor hij een wijsheid in zich droeg die ik ook nu met de beste wil van de wereld niet kan beschrijven. In zijn ogen lag een licht melancholische glans die op mij een iet wat treurige indruk maakte, waardoor ik zonder dat ik het wilde een betere blik op mijn eigen leven wierp. Zijn door het leven sterk getekende handen rusten ineengevouwen in zijn schoot, waar ze de warmte zochten die hij in zijn leven misschien wel nooit écht had gekend, en terwijl de wind zacht met zijn lange witte haren speelde, keek hij mij heel even zwijgend aan.
Ik voelde mij daardoor toch wel een beetje ongemakkelijk, want ik had toen sterk het gevoel dat ik hem, zonder dat ik dat wilde, bespiedde waardoor ik als het ware zó in zijn leven leek te kunnen kijken. Dat was dan ook de reden waarom ik, gehuld in schaamte, zo snel mogelijk door wilde lopen, maar door de zachte blik die in zijn ogen lag lukte mij dat niet, waardoor ik mij steeds beschaamder ging voelen, want ik voelde dat ik de spreekwoordelijke indringer in zijn leven was waardoor ik besefte dat ik daar niet thuis hoorde.
Nadat de man mij voor een korte tijd aan had gekeken keek hij zwijgend weer naar datgene waar hij daarvoor ook al naar leek te kijken, maar toen ik ongewild ook keek naar het punt waar hij naar keek, merkte ik dat de man als het ware naar het niets keek, waardoor ik steeds meer ging beseffen dat de man, die daar zo heel stil op dat ene bankje voor zich uit zat te kijken, wel heel eenzaam moet zijn geweest.
Na een paar minuten streek hij met zijn handen over zijn iet wat verfomfaaide beigekleurige halflange jas, waardoor het leek of hij aanstalten maakte om te vertrekken, maar dat was nou juist datgene wat hij niet deed, waardoor het leek of hij mij een wijze levensles die mij bij zou blijven bij wilde brengen, en dat was dan ook de reden waarom ik zeer gefascineerd naar de man bleef kijken, want de man droeg een levenswijsheid in zich die mij niet onberoerd liet.
De mensen die op de betreffende warme nazomermiddag een bezoekje aan het park brachten liepen zonder blikken of blozen aan de man en mij voorbij, waardoor ze de grote zwijgende kracht van de man niet konden voelen, want ze liepen aan ons voorbij alsof we lucht voor hen waren, en dat leek hem niet te deren, sterker nog, het leek hem alleen maar sterker te maken, waardoor het leek dat hij juist uit zijn grote zwijgen zijn grote kracht putte.
Hoelang ik naar de man heb gekeken weet ik niet meer, maar wat ik door zijn zwijgen nog wél weet is het feit dat er in ieder mens een zeer grote, vaak zwijgende sluimerende kracht zit die je heel soms door gewoon te zwijgen aan kan boren, en dat je daardoor vaak sterker in je eigen leven zal gaan staan. Dat was de levensles die hij door zijn grote zwijgen aan mij schonk, dat was de inhoud van zijn belevingswereld die hij zwijgend aan mij doorgaf, dat was de grote zienswijze die hij zwijgend aan mij liet zien, waardoor ik mijn eigen leven nu met een paar andere ogen ben gaan zien, omdat hij dat wilde, maar vooral ook omdat ik dat ook wilde.
Zijn gezicht was door de jaren sterk verouderd geraakt, waardoor hij een wijsheid in zich droeg die ik ook nu met de beste wil van de wereld niet kan beschrijven. In zijn ogen lag een licht melancholische glans die op mij een iet wat treurige indruk maakte, waardoor ik zonder dat ik het wilde een betere blik op mijn eigen leven wierp. Zijn door het leven sterk getekende handen rusten ineengevouwen in zijn schoot, waar ze de warmte zochten die hij in zijn leven misschien wel nooit écht had gekend, en terwijl de wind zacht met zijn lange witte haren speelde, keek hij mij heel even zwijgend aan.
Ik voelde mij daardoor toch wel een beetje ongemakkelijk, want ik had toen sterk het gevoel dat ik hem, zonder dat ik dat wilde, bespiedde waardoor ik als het ware zó in zijn leven leek te kunnen kijken. Dat was dan ook de reden waarom ik, gehuld in schaamte, zo snel mogelijk door wilde lopen, maar door de zachte blik die in zijn ogen lag lukte mij dat niet, waardoor ik mij steeds beschaamder ging voelen, want ik voelde dat ik de spreekwoordelijke indringer in zijn leven was waardoor ik besefte dat ik daar niet thuis hoorde.
Nadat de man mij voor een korte tijd aan had gekeken keek hij zwijgend weer naar datgene waar hij daarvoor ook al naar leek te kijken, maar toen ik ongewild ook keek naar het punt waar hij naar keek, merkte ik dat de man als het ware naar het niets keek, waardoor ik steeds meer ging beseffen dat de man, die daar zo heel stil op dat ene bankje voor zich uit zat te kijken, wel heel eenzaam moet zijn geweest.
Na een paar minuten streek hij met zijn handen over zijn iet wat verfomfaaide beigekleurige halflange jas, waardoor het leek of hij aanstalten maakte om te vertrekken, maar dat was nou juist datgene wat hij niet deed, waardoor het leek of hij mij een wijze levensles die mij bij zou blijven bij wilde brengen, en dat was dan ook de reden waarom ik zeer gefascineerd naar de man bleef kijken, want de man droeg een levenswijsheid in zich die mij niet onberoerd liet.
De mensen die op de betreffende warme nazomermiddag een bezoekje aan het park brachten liepen zonder blikken of blozen aan de man en mij voorbij, waardoor ze de grote zwijgende kracht van de man niet konden voelen, want ze liepen aan ons voorbij alsof we lucht voor hen waren, en dat leek hem niet te deren, sterker nog, het leek hem alleen maar sterker te maken, waardoor het leek dat hij juist uit zijn grote zwijgen zijn grote kracht putte.
Hoelang ik naar de man heb gekeken weet ik niet meer, maar wat ik door zijn zwijgen nog wél weet is het feit dat er in ieder mens een zeer grote, vaak zwijgende sluimerende kracht zit die je heel soms door gewoon te zwijgen aan kan boren, en dat je daardoor vaak sterker in je eigen leven zal gaan staan. Dat was de levensles die hij door zijn grote zwijgen aan mij schonk, dat was de inhoud van zijn belevingswereld die hij zwijgend aan mij doorgaf, dat was de grote zienswijze die hij zwijgend aan mij liet zien, waardoor ik mijn eigen leven nu met een paar andere ogen ben gaan zien, omdat hij dat wilde, maar vooral ook omdat ik dat ook wilde.
Reacties
Een reactie posten