Moment voor een monument

Daar stond hij dan, gestoken in een donkergrijze trenchcoat waarvan hij de kraag recht overeind had gezet. Daar stond hij dan, met zijn hoofd naar de grond toe gebogen, waardoor ik zijn, naar later zou blijken, sterk verweerde gezicht niet kon zien terwijl de regen met bakken uit de lucht kwam vallen. Diep in mij hoorde ik zijn stille kreten die mij als een wild beest leken te verscheuren, diep in mij voelde ik de pijn die hij in zijn getormenteerde ziel met zich meedroeg, waardoor ik een diepe vorm van empathie voor hem ontwikkelde.

Hierdoor begon ik mij af te vragen wie hij was, ik wilde weten wat hij in zijn leven had meegemaakt, ik wilde weten wat de diepere oorzaak van zijn pijn was, én ik wilde weten of ik hem op de ene of de andere manier behulpzaam kon zijn. Ik wilde naar hem toelopen, maar mijn voeten bleven als vastgenageld staan op de plek waar ze stonden, waardoor ik als het ware gedwongen werd om, gevuld met empathie, naar hem te kijken zonder dat ik ook maar iets voor hem kon doen. Hierdoor kreeg ik een brok in mijn keel, want ik voelde zijn hulpeloosheid, zijn diepste angsten, de onzichtbare tranen die als kleine riviertjes over zijn wangen stroomden, en zijn wantrouwen die zich in zijn leven had genesteld terwijl de regen alleen maar heviger werd, waardoor ik de weerspiegeling van zijn gestalte bijna op de straatklinkers kon zien.

De wind gleed met volle kracht over mijn haren terwijl zijn haren nauwelijks door de wind leken te worden aangeraakt, waardoor het bijna niet anders kon dat hij zich in een andere wereld dan de mijne bevond, terwijl ik hem toch écht kon zien, want ik stond slechts een paar meters van hem verwijderd voor een monument die voor mij totaal onbekend was. Heel even richtte hij zijn hoofd op waarna hij zich, zonder ook maar een woord te zeggen, voor een paar seconden naar mij toekeerde waardoor ik kon zien dat de blik in zijn ogen compleet leeg en nietszeggend was, terwijl ik als vastgenageld bleef staan waar ik stond, zonder te beseffen dat hij mij misschien uit een ver verleden leek te kennen. Toen pas zag ik zijn sterk verweerde gezicht waardoor het mij duidelijk werd hij geen prettig leven had of had gehad.

Hij strekte zijn rechterhand naar mij uit waardoor het leek of hij mij een hand wilde geven, maar door zijn zwijgen had ik niet de kracht om zijn naar mij toe gestoken rechterhand vast te pakken, waardoor hij zijn rechterhand weer terugtrok. Daarna draaide hij zich weer van mij af, boog hij zijn hoofd weer naar de grond waardoor ik zijn sterk verweerde gezicht niet meer kon zien, waarna hij als sneeuw voor de zon, recht voor mij, in de lucht oploste waarna ik weer in staat was om mij te bewegen.

Ik vraag mij nu nog steeds af wie hij was, ik vraag mij nu nog steeds af waarom hij met zijn hoofd naar de grond toe gebogen in de hevige regen voor dat ene voor mij totaal onbekende monument stond. Misschien was hij een onbekende voor mij, of was hij dat toch niet voor mij? Was hij misschien mijn oudere ik die mij in mijn toekomst wilde laten kijken, was hij mij die aan mij wilde laten zien wie ik zou gaan worden, of was dat moment voor een monument slechts een moment voor een monument in de hevige regen? Ik weet het niet, en dat is misschien maar goed ook.


Reacties